Chocopasta: van cacaotekort tot ontbijtklassieker, en waarom wij Melicao maakten

Bijna iedereen is ermee opgegroeid. Een boterham, een dikke laag boter eronder, en daarbovenop een even dikke laag chocopasta. Voor veel kinderen was het de reden om 's ochtends uit bed te komen. Voor veel ouders was het soms de gemakkelijkste manier om die boterham toch naar binnen te krijgen. Maar wat zit er nu eigenlijk in dat potje waar we allemaal zo dol op zijn, waar komt het vandaan, en waarom vinden wij bij HANT dat het anders kan? Dat leggen we in dit artikel uit, met ook een stukje van ons eigen verhaal.

Een potje met een geschiedenis van schaarste

Chocopasta is niet ontstaan uit overvloed, maar uit gebrek. Het verhaal begint in Turijn, begin negentiende eeuw. Napoleon had in 1806 de handel tussen het Europese continent en Groot-Brittannië geblokkeerd, met als doel de Britse economie te ontwrichten. Een van de gevolgen was dat cacao, dat via Britse koloniale handelsroutes Europa binnenkwam, plots schaars en duur werd.

In de heuvels rond Turijn stonden dan weer massa's hazelnootbomen, en niemand wist goed raad met de overvloed. Chocolatier Michele Prochet kwam op het idee om de weinige cacao die hij had, aan te vullen met gemalen hazelnoten. Zo ontstond gianduja, genoemd naar een lokaal carnavalspersonage. In 1852 werd dat idee officieel een product: samen met Pierre Paul Caffarel maakte Prochet de eerste gianduiotti, de bekende driehoekige chocolaatjes van cacao, suiker en hazelnoot.

Van oorlogsoplossing tot Nutella

Bijna anderhalve eeuw later herhaalde de geschiedenis zich. Na de Tweede Wereldoorlog was cacao in Italië opnieuw bijna onbetaalbaar. Banketbakker Pietro Ferrero, actief in de streek Piëmont, greep terug naar hetzelfde idee als Prochet: weinig cacao aanvullen met veel hazelnoten. In 1946 bracht hij Pasta Gianduja op de markt, ook wel Giandujot genoemd. Dit was geen smeerpasta, maar een vast blok dat je in plakken sneed en op brood legde, zoals je dat met kaas zou doen.

De omslag naar een smeerbare versie kwam er, volgens de overlevering, per toeval. In de bijzonder warme zomer van 1949 smolt de gianduja in de winkelrekken en pakhuizen. In plaats van het product weg te gooien, werd het in potten gegoten en als crème verkocht. Ferrero verfijnde de formule en noemde het resultaat Supercrema.

In 1962 voerde Italië een wet in die superlatieven zoals "super" in productnamen verbood, waardoor Ferrero op zoek moest naar een nieuwe naam. Michele Ferrero, de zoon van Pietro, bedacht de naam Nutella, een samentrekking van het Engelse "nut" en een Italiaans klinkende uitgang. De naam werd geregistreerd in oktober 1963, en op 20 april 1964 rolde het eerste potje uit de fabriek in Alba. Het logo en de vorm van de pot zijn sindsdien nauwelijks veranderd. Nutella groeide uit tot een wereldwijd fenomeen en heeft vandaag naar schatting meer dan de helft van de globale chocopastamarkt in handen.

Van broodblok tot ontbijtsymbool

Wat begon als een praktische oplossing voor een grondstoffentekort, groeide uit tot een van de meest herkenbare producten ter wereld. De marketing verschoof mee: chocopasta werd niet langer verkocht als traktatie, maar als onderdeel van een "uitgebalanceerd ontbijt", met een glas melk en een snee volkorenbrood erbij op de reclamefoto. Er bestaat zelfs een officiële Wereld Nutella Dag, gevierd sinds 2007 op 5 februari.

Die framing als ontbijtproduct is precies waar het wringt, want als je kijkt naar wat er werkelijk in een potje klassieke chocopasta zit, is de gelijkenis met een dessert veel groter dan met een gezond ontbijt.

Wat zit er eigenlijk in dat potje?

Op de meeste ingrediëntenlijsten van gangbare chocopasta staat suiker met stip op één. Bij Nutella bijvoorbeeld maakt suiker ongeveer 56 à 57 procent van het gewicht uit, gevolgd door plantaardige olie, meestal palmolie. Pas daarna volgen hazelnoten, met een aandeel van ongeveer 13 procent, en cacao, goed voor zo'n 7 procent. De rest bestaat uit mageremelkpoeder, weipoeder, emulgatoren zoals sojalecithine, en synthetische vanilline.

Concreet betekent dit dat één eetlepel van vijftien gram al zo'n 8,5 gram suiker bevat, ongeveer evenveel als een groot deel van een donut. Smeer je een boterham royaal met twee eetlepels, dan zit je aan meer suiker dan in anderhalve donut. Voedingsdeskundigen classificeren dit soort chocopasta dan ook als sterk bewerkt voedingsmiddel, met een voedingsprofiel dat dichter bij een toetje ligt dan bij een gezond broodbeleg.

Dat maakt het geen verboden product, en er is niets mis mee om er af en toe van te genieten. Maar het is nuttig om te weten wat je precies eet, zeker als het dagelijks op tafel staat bij het ontbijt.

En toch, zo verschrikkelijk lekker

Met dat alles gezegd: we snappen ook wel waarom het zo populair is. Suiker en vet in die verhouding vormen letterlijk een combinatie waar ons brein moeilijk nee tegen zegt. Voeg daar de nostalgie van de schoolboterham bij, het beeld van een lekker dikke laag op een witte boterham met nog een flinke klont boter eronder, en je begrijpt waarom generatie na generatie hiervan houdt. Chocopasta is geen toevallig succes, het is een product dat decennialang geperfectioneerd is om precies dat gevoel op te roepen.

Het verhaal van Ayse

Bij HANT is dit geen abstract verhaal, het is ook ons eigen verhaal. Ayse, mede-oprichter, was jarenlang stevig verslaafd aan chocopasta. Elke dag, soms rechtstreeks uit de pot. Toen ze overschakelde op een strikt keto dieet, met nauwelijks nog plaats voor suiker, moest die gewoonte er wel uit, en na een moeilijke periode lukte het haar om ervan af te kicken.

Wat niet verdween, was de zin om af en toe van een chocoladeboterham te genieten. Die smaak, die associatie met comfort, verdwijnt niet zomaar. Toen Ayse later moeder werd, kwam er een nieuwe vraag bij: wilde ze dat haar dochter zou opgroeien met een potje waarvan suiker en palmolie de hoofdingrediënten zijn, verpakt als iets gezonds? Het antwoord was nee. Maar volledig stoppen met genieten van die smaak, dat wilde ze ook niet.

Daarom maakten we Melicao

Uit die zoektocht ontstond Melicao. Geen lange ingrediëntenlijst, geen suiker, geen palmolie, geen lactose of soja. Melicao bestaat uit precies twee dingen: rauwe, ongefilterde honing en cacao. Onverhit, biologisch gecertificeerd, zonder toevoegingen.

We willen hier wel eerlijk over zijn, want dat past bij hoe we zelf ook naar voeding kijken: honing is en blijft suiker. Het bevat van nature fructose en glucose, met ongeveer evenveel calorieën per gram als gewone suiker. Melicao is dus geen product waar je onbeperkt van kan eten omdat er "geen suiker" in zit, dat zou een oneerlijke claim zijn. Het verschil zit hem elders: er wordt geen extra geraffineerde suiker toegevoegd bovenop wat er van nature in honing zit, er zit geen palmolie in om het smeerbaar te maken, en de ingrediëntenlijst is er een die je in je eigen keuken zou kunnen naleggen. Rauwe, onverhitte honing behoudt bovendien een deel van de enzymen, pollen en mineralen die bij verhitte, gefilterde honing grotendeels verloren gaan, al is het belangrijk realistisch te blijven over hoeveel dat in de praktijk verschil maakt voor je gezondheid. Het is een eerlijker potje, geen wondermiddel.

Voor Ayse, en voor ons als gezin, was dat de balans die we zochten: die vertrouwde troostende smaak van cacao op brood, maar gemaakt met ingrediënten waar we zelf achter staan, en die we met een gerust hart aan onze dochter geven.

Wie hetzelfde wil proberen, vindt Melicao hier:

Bio Melicao, rauwe honing met cacao

Tot slot

Chocopasta heeft een boeiende geschiedenis, van cacaotekort in oorlogstijd tot wereldwijd ontbijtfenomeen. Het is ook, laten we eerlijk zijn, gewoon heerlijk. Maar de klassieke pot heeft weinig te maken met wat de marketing er decennialang van gemaakt heeft. Bij HANT geloven we dat je die smaak niet hoeft op te geven om toch bewuster te kiezen wat er in je potje zit, en dat is precies waarom Melicao bestaat.

laat een reactie achter

Let op: reacties moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.